Enige tijd geleden was het vijftig jaar geleden dat Nederland en Marokko een wervingsverdrag ondertekenden, waarmee de komst van Marokkaanse arbeidsmigranten officieel werd geregeld. H..... (57), geboren in Marokko, kwam op zijn 24e naar Nederland, maar niet als arbeidsmigrant; hij kwam voor de liefde. Hij vond werk bij de Hollandse Apparaten Fabriek (HAF, nu ABB) en werkte zich op tot kwaliteitscontroleur, een functie die hij nog steeds bekleedt. El Ghouti wist meteen dat hij hier wilde blijven, hoewel zijn zes broers en zussen en de rest van zijn familie in Marokko zijn gebleven. “Mijn toekomst lag hier: ik wilde de taal leren, mijn kinderen hier opvoeden en mezelf ontwikkelen.” Voor zijn boek Hoop op een beter leven, dat voortkwam uit zijn grote interesse in het onderwerp, sprak hij met zeventien Marokkaanse mannen van de eerste generatie ‘gastarbeiders’ over hun verwachtingen en wat daarvan is overgebleven.
Wervingsverdrag
Het wervingsverdrag tussen Marokko en Nederland, ondertekend op 14 mei 1969, markeerde het begin van de officiële migratie. In Nederland was er veel werk en een tekort aan arbeidskrachten. El Ghouti legt uit: “Marokkaanse mannen werden uitgenodigd omdat ze harde werkers waren met een enkel doel: geld verdienen en terugkeren.”
Wat waren de redenen voor deze migranten om naar Nederland te komen?
“Na de Tweede Wereldoorlog was de wereld in chaos. Niet alleen in Europa, maar ook in Marokko was er weinig werk. Veel mannen moesten in Europa werk zoeken, en ze verspreidden zich over landen als Frankrijk, Duitsland, België en Nederland. In Nederland waren werkgevers wanhopig op zoek naar arbeidskrachten. De eerste groep Marokkaanse migranten kwam op eigen initiatief naar Nederland. Ze arriveerden per boot en woonden met veel anderen in kleine kamers. Het was een heel ander leven dan ze gewend waren, iets wat ik me nauwelijks kan voorstellen.”
Ze werkten hard, ook op Nederlandse feestdagen zoals Kerst en Pasen, die ze zelf niet vierden. Maar vrij tijdens de ramadan? Dat was niet mogelijk, want de Nederlanders waren zich daar niet van bewust. De tweede groep gastarbeiders kwam na de ondertekening van het wervingsverdrag in 1969 en werd door de Nederlandse overheid ‘uitgekozen’. Voor hen was er betere zorg: zij kregen gegarandeerd werk en huisvesting. Later werd de behandeling van beide groepen gelijkgetrokken.
Met welke verwachtingen kwamen ze naar Nederland en hebben ze die moeten aanpassen?
“Bijna alle Marokkaanse gastarbeiders dachten dat ze hier een paar jaar zouden werken, geld zouden sparen en daarna naar Marokko terug zouden keren. Nederland was voor hen een tijdelijke verblijfplaats. Deze verwachting hebben ze zeker moeten bijstellen, want de eerste generatie Marokkanen woont hier nog steeds. De droom om ooit terug te keren is bij sommigen verwaterd. Voor ouderen is het onrealistisch om vanuit Nederland, waar je van alle gemakken bent voorzien, terug te keren naar Marokko, waar je soms kunt twijfelen of je wel te eten zult hebben. Toch blijven de meesten vasthouden aan de hoop om terug te keren naar Marokko.”
Waarom houden ze zo lang vast aan die droom?
“Een van de mannen die ik sprak, nu 69 jaar oud, gelooft nog steeds dat hij ooit terug zal gaan. Hij vertelde over de huisjes in zijn dorp, de gastvrijheid van de mensen en het stuk land van zijn vader dat hij zou willen bewerken. Dat mist hij enorm. Ik betwijfel of hij ooit zal terugkeren, maar dat heb ik hem niet durven zeggen. Het zou te pijnlijk zijn om hem die sprank van hoop af te nemen.”
Mensen van de eerste generatie koesteren vaak nog steeds de droom om terug te keren. De aantrekkingskracht van Marokko blijft bestaan. Dat maakt me verdrietig. Ze zijn hier niet gelukkig, maar waarschijnlijk zouden ze dat in Marokko ook niet zijn, omdat alles daar veranderd is. Dat raakt me diep.”
Maar als je echt terug wilt, vind je dan niet een manier?
“Het probleem is dat het dagelijks leven in Marokko zo anders is dan in Nederland. Mensen die hier al jaren wonen, zijn gewend aan de Nederlandse levensstijl. Uit eigen ervaring kan ik zeggen dat als je meer dan vijftien jaar in een ander land woont, je het moeilijk vindt om je opnieuw aan te passen aan je geboorteland.
Toen ik in Nederland aankwam, voelde ik meteen dat hier mijn toekomst lag. Ik heb die beslissing genomen en besloten mijn leven hier op te bouwen, de taal geleerd en mezelf ontwikkeld. Dit is waarom veel Marokkanen nog steeds verlangen naar Marokko: ze maken geen duidelijke keuze over hun toekomst. Ik ben misschien een Marokkaan, maar in Marokko zien ze mij als Nederlander. Je past je zo aan aan de cultuur en levensstijl hier, dat je in Marokko niet meer kunt aarden.”
Welke cultuurverschillen zie je verder tussen Nederland en Marokko?
“Mijn vader bracht me in Marokko naar school met de gedachte dat de school een deel van mijn opvoeding zou verzorgen. Dat is heel gebruikelijk in Marokko. Veel Marokkaanse ouders in Nederland voelen zich daarom niet direct betrokken bij de school van hun kinderen. In de Marokkaanse cultuur is het normaal dat verschillende mensen betrokken zijn bij de opvoeding van een kind: ooms, tantes, grootouders en natuurlijk de ouders zelf.
Daarnaast zijn er ook kleine verschillen, zoals het maken van afspraken. Als ik in Marokko ben, kijk ik zelden op mijn horloge of telefoon. Bij afspraken spreek je af tussen negen en elf uur. Dat zou in Nederland nooit geaccepteerd worden. In Marokko is er veel sociale vrijheid, terwijl er politiek gezien nauwelijks vrijheid is. In Nederland is dat precies omgekeerd: hier moeten we ons strikt houden aan sociale afspraken, maar zijn we politiek vrij.”
Naast de Marokkaanse mannen zijn er later ook veel vrouwen uit Marokko gekomen. Hoe ging dat?
“Toen de Marokkaanse mannen net in Nederland waren, ontstond er in de zomer een probleem: ze wilden terug naar hun gezin in Marokko voor een maand of twee, maar werkgevers konden hun personeel niet zo lang missen. Daarom werd voorgesteld om de gezinnen naar Nederland te halen, op kosten van het bedrijf. De werkgevers, voornamelijk fabriekeigenaren, waren erg genereus. Ze zorgden voor vliegtickets, huisvesting en de benodigde documenten. Dit leidde tot gemengde gevoelens bij de Marokkaanse arbeidsmigranten: de droom van gezinshereniging werd werkelijkheid, maar de terugkeer naar Marokko werd steeds onwaarschijnlijker.”
Wat waren de verwachtingen van Nederland zelf?
“Ook de Nederlandse overheid dacht dat de Marokkanen tijdelijk zouden blijven. Maar de werkdruk bleef hoog en de arbeiders waren onmisbaar. Ze werkten vaak ’s nachts in ploegendiensten, waar veel Nederlanders hun neus voor ophaalden. Als een migrant vijf jaar in Nederland werkt, krijgt hij een verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd. Na verloop van tijd begon de overheid te beseffen dat de situatie niet meer tijdelijk was. De migranten kunnen in mijn ogen niet meer terug. Ze passen niet meer in de Marokkaanse maatschappij. Veel van hen hebben kinderen die hier zijn opgegroeid, dus waarom zouden ze teruggaan? Mensen die terugkeren, zullen er niet gelukkiger op worden.”
Geen opmerkingen:
Een reactie posten